Klik voor foto Klik voor foto Klik voor foto
 Klik voor foto Klik voor foto Klik voor foto
 Klik voor foto
 
Ecologisch bouwen nog altijd een niche-markt
 
Peter van ’t Westeinde
Of het nou gaat om consumenten die een bestaand huis hebben gekocht en natuurlijk willen verbouwen, een nieuwbouwwoning laten bouwen met natuurlijke materialen of iemand die zelf aan de slag wil in huis met gebruik van ecologische materialen; bij EcoBouwen en Eco-Bouwmaterialen, de bedrijven van Peter van ’t Westeinde,is iedereen aan het goede adres wanneer het gaat om (ver)bouwen met natuurlijke materialen. Onze redactie zocht de ecologische ondernemer op in het Gelderse dorpje Toldijk, waar beide bedrijven gevestigd zijn.
 
Warmteaccumulerende kachels, natuurlijk isoleren met houtvezel, jute, hennep, schapenwol, katoen of cellulose, wand- en vloerverwarming, natuurlijk stucwerk zoals leem, kalk- of betonstuc of tadelakt of natuurlijke verf zoals leem- of kalkverf. Zomaar wat voorbeelden van het soort producten dat verkrijgbaar is in Toldijk. Als een van de weinige ecologische bouwmaterialenhandels in Nederland, levert Eco-Bouwmaterialen als online eco-bouwmarkt zijn producten door het hele land. Niet alleen aan consumenten, maar ook aan bedrijven zoals aannemers en stukadoors. “We hebben hier klanten uit alle hoeken van ons land, van Groningen en Almere tot aan Limburg. Klanten kunnen alles online bestellen, maar hier in Toldijk kunnen ze - op stalen, op de vloer en de muur - zien hoe het daadwerkelijk resultaat met onze producten is.

Nichemarkt
“Ecologisch bouwen is anno 2019 nog altijd een nichemarkt, maar het groeit wel”, aldus Van ’t Westeinde. “Een bedrijf als dit is nog steeds bijzonder. In onze branche zijn de ecologische bouwmaterialen nog altijd slechts een heel klein percentage van het totaal. Zo’n 1 tot 3 procent ten opzichte van traditionele materialen, daarmee houdt het wel op. Tegelijkertijd zie ik wel groei, zeker vergeleken met de periode voor de crisis. Er is een duidelijke verandering gaande. Ook in onze branche worden mensen zich steeds bewuster van productieprocessen en zie je steeds meer dat men een zo klein mogelijke voetafdruk wil achterlaten.”

In zijn bedrijf ziet Peter dat het vooral vijftigplussers zijn die hij tot zijn grootste klantenkring mag rekenen, wat vaak vooral te maken heeft met financiële middelen. Het idee dat ecologisch per definitie duurder is, moet Van ’t Westeinde daarmee helaas bevestigen. “Natuurlijk bieden we ook wat anders, maar het is waar dat ecologische materialen nog altijd meer kosten dan de traditionele materialen. Vooral bij isolatiematerialen zie je wel dat prijzen steeds meer opschuiven richting de reguliere middelen qua prijs, maar we zijn er nog niet. Daarin heeft Nederland duidelijk een achterstand ten opzichte van de landen om ons heen. Daar zie je dat de vraag stukken groter is. In landen als Duitsland, Zwitserland en Denemarken wordt veel meer gebruik gemaakt van natuurlijke producten. Hoe komt dat? Veel natuurlijke isolatiematerialen, zoals cellulose, hennep en jute, zijn hout gerelateerd. En hout zit daar veel meer in hun natuurlijke habitat. Voor Nederlanders is er in dat opzicht een veel grotere drempel. Je ziet het wel meer en meer, maar het is niet de standaard hier.”

Verschillende kleuren groen
Even terug naar de klanten van de ecologische bouwer en bouwmaterialenhandel. Zoals hij al aangaf, zijn de vijftigplussers een belangrijke categorie. “De consumenten die nog nieuw gaan bouwen of hun bestaande woning toekomstbestendig laten verbouwen. Daarnaast is er een categorie 30-plussers, die graag veel zelf doen. Daaraan levert EcoBouwen vooral advies en materialen, maar zien we een steeds grotere vorm van zelf (ver)bouwen. Een groep dus die zeker de ambitie heeft het ecologisch te doen, maar dan meer zelf. Zij kiezen bewust en kunnen die natuurlijke materialen nog niet vinden bij de traditionele bouwhandel. Er zijn wel bedrijven die een eigen groene lijn hebben, zoals Greenworks van Raab Karcher. Maar wij zijn donkergroen, zij zijn lichtgroen. Ze zijn zeker goed bezig, maar hebben wel een label nodig om duidelijk te maken dat het gaat om groene of groen geproduceerde producten. Soms gebeuren er aan de voorkant goede dingen (warmteterugwinning, co2 uitstoot steeds beter), zijn producten nog niet helemaal groen, maar wel eco-friendly. Er is nog winst te behalen, maar een bedrijf als Raab Karcher doet al wel erg z’n best. Voor de dhz-markt geldt dat nog niet. Daar vind je nog geen of nauwelijks natuurlijke materialen of groene producten.”

Prijskaartje
Helaas maakt het prijskaartje dat aan de producten hangt ecologisch bouwen (nog) niet voor iedereen bereikbaar. “Wij bieden professioneel gerelateerde producten. Onze verf bijvoorbeeld ligt op het niveau van Sigma of Sikkens, een heel andere prijs dan bij Praxis of Gamma natuurlijk, meer alsof je je verf bij de schilder koopt. Ecologisch bouwen is dus zeker een kwestie van willen, maar ook van kunnen.” Hetzelfde geldt voor het inschakelen van het bouwbedrijf EcoBouwen. “De ecologische manier van bouwen is duurder. Dat zit niet in de arbeid, ons uurtarief is niet anders dan elders, maar zit echt in de materialen. Een zakje gips van de reguliere bouwhandel kost 8 euro of een ecologische leem van 40 euro, dat is een behoorlijk prijsverschil.”

Bij de Eco-Bouwmaterialenhandel in Toldijk worden 8 van de 10 bestellingen online gedaan. Het assortiment haalt Van ’t Westeinde hoofdzakelijk bij leveranciers uit Nederland, soms uit Duitsland of Spanje. Overigens worden maar weinig producten ook daadwerkelijk in ons land geproduceerd. “Onze leemleverancier zit in Amsterdam en de leem wordt daar ook grotendeels geproduceerd, maar de meeste producten komen uit Duitsland, België en Frankrijk. De markt is daar veel groter en al verder in ontwikkeling. Architecten zijn er al veel meer gericht op natuurlijk bouwen. Zeker in België, het zit daar veel meer in hun DNA. Als je kijkt naar ecologische winkels, heeft België er al richting de 20, tegenover slechts een paar in Nederland. De doehetzelf-markt in België is ook veel groter. Nederland heeft echt een aannemerscultuur, wij laten veel bouwen en zijn dus ook afhankelijk of aannemers meebewegen Die beweging moet vooral vanuit de consument zelf komen en dan moet je nog een aannemer vinden die daarin mee wil. In de landen om ons heen wordt er vanuit de aannemerswereld al meer met natuurlijke producten gewerkt, dat is veel normaler daar. Of ik daar met jaloezie naar kijk? Ik sta er eigenlijk nooit bij stil. Maar als ik zie hoe groot de assortimenten daar zijn, wat ze allemaal hebben, daar kan ik wel jaloers op zijn.”

Prettig leefklimaat
Voor Eco-Bouwmaterialen is isolatiemateriaal de grootste omzetbrenger. “Dampopen bouwen betekent dat klimatologisch je leefomstandigheden veel prettiger wordt. De isolatiewaarde is gelijk aan andere producten, het verschil met natuurlijke isolatie zit vooral in de leefbaarheid die het creëert. Prettiger. Dit wordt misschien wat zweverig en daar probeer ik juist van weg te blijven, maar je kunt dampopen wel vergelijken met lopen in een goretex jas, terwijl je bij dampdicht een regenjas draagt. Het is een voedingsbodem voor schimmels, dampopen is dat niet. Ik zie geen nadelen van dampopen. Waarom dan toch niet iedereen daarvoor kiest? Deels vanwege de kosten. Je hebt natuurlijke producten nodig en daar hangt een prijskaartje aan. En daarnaast kom ik ook weer uit bij de aannemerswereld, die vrij traditioneel is. We bouwen al 100 jaar op een bepaalde wijze, overstappen op een andere manier is een lang proces. Dat dat beter is voor gezondheid en klimaat is geen een-tweetje.” Een andere hardloper is leem. “De natuurlijke verf plus de natuurlijke stucmaterialen. Leem en kalk. In eerste instantie vooral omdat mensen het mooi vinden. Dat het een natuurlijk product is, is dan meegenomen.”

Ecobouwen werd 20 jaar geleden opgericht, 10 jaar geleden kwam de (online) eco-bouwmaterialenhandel erbij. In die 20 jaar is er heel veel veranderd. “We zien met name een toename van het aantal producten, zeker op het gebied van isolatie en verf. Twintig jaar geleden bestonden er maar 2 leemproducten, tegenwoordig hebben we er een stuk of vijftien. Nog steeds relatief weinig, maar het aantal groeit wel.” Antwoord geven op de vraag of de groei de komende twintig jaar harder zal gaan dan sinds de start van zijn bedrijf tot nu, vindt hij lastig. “Ecologisch zal blijven toenemen, maar of het een grote vlucht gaat nemen is ook afhankelijk van wat de economie gaat doen. Best zuur, maar het prijskaartje onderaan de streep is en blijft bepalend. Ons segment zal zich altijd blijven verhouden in de niche markt schat ik in. Er is groei, zeker. Maar we zien ook dat de groep die zich meer en meer op ecologisch bouwen richt, die een kleinere footprint wil achterlaten, de groep is die meer te besteden heeft. De categorie die geld heeft, want helaas, groen kost nog steeds geld. Is dat irritant? Nee, ik wil er geen negatieve energie uithalen en zie het ook positief. 20 jaar geleden was ik alleen en nu loop ik hier met acht man rond. Wat ik wel irritant vind is te zien dat er producten worden verkocht als groen die niet groen zijn. Het woord ecologisch is uit de geitenwollensokkenhoek gehaald, ineens is het woord hip. Daardoor zie je het overal, maar het zegt niet altijd dat er daadwerkelijk groen gewerkt wordt….” Tegelijkertijd blijft hij nuchter: “Je kunt niet overal bij stil staan, je moet evenwicht zien te vinden. Soms moeten wij als EcoBouwen ook minder natuurlijke producten gebruiken, een evenwicht vinden tussen duurzaam - in de zin van levensduur - en ecologisch. Je hebt ook te maken met onze klimatologische omstandigheden. Daar proberen wij zo gewetensvol mogelijk mee om te gaan. Wij hebben ook bedrijfsbussen die de weg op moeten. In elk geval proberen we altijd, als de goede keuze niet mogelijk is, de minst slechte keuze te maken.”
 
 
Delen
 
 
Relevante publicaties
Vertaal via Google
Uw mening
Merkt u wel eens dat uw klanten rechtstreeks in China kopen?