De ‘gekte’ is grotendeels voorbij
 
Vertrouwen en woningbouw
De forse omzetgroei in de woonbranche is voorbij, concludeerden we in de vorige editie. Onze branche wordt al decennialang beïnvloed door twee factoren: het consumentenvertrouwen -en daarmee de koopbereidheid -en de ontwikkelingen op de woningmarkt. We buigen ons in deze editie over deze factoren.
 
Consumentenvertrouwen
“Het consumentenvertrouwen toont al sinds mei 2018 een gestaag dalende lijn”, constateert de Rabobank op basis van de cijfers van het CBS. “In februari en maart 2019 zette deze trend door en werd de indicator zelfs negatief, na een nog net positieve score in januari.” In december 2018 stond de indicator van de consumentenvertrouwen daarentegen nog op 9 punten; en in april van dat jaar zelfs op 25. (Bron: CBS, april 2019)

Koopbereidheid
Gekoppeld aan het consumentenvertrouwen zette ook de koopbereidheid bij de consument haar negatieve trend door. Eind vorig jaar gaf deze indicator volgens de CBS-cijfers nog de stand + 3 aan; let wel: in april 2018 was deze nog + 47. Inmiddels is de consument minder bereid om dure uitgaven te doen. De koopbereidheid daalde in maart 2019 naar - 4. Consumenten vinden de tijd voor het doen van grote aankopen wat minder gunstig.(Bron: CBS, april 2019)

Verkochte woningen
“De krapte op de woningmarkt houdt aan; maar toch neemt de gekte af”, concludeert de organisatie van NVM makelaars op basis van haar cijfers. In het eerste kwartaal van 2019 zijn er namelijk 3,2 procent minder woningen van eigenaar gewisseld dan een jaar daarvoor. Jaarlijks telt de NVM momenteel 145.000 bij haar leden verkochte woningen; (het totale aantal verkochte woningen in ons land is 210.000). In het 1e kwartaal van 2019 was dat aantal gedaald van 39.000 naar 33.000. (Bron: NVM, april 2019)

Krapte-indicator
Dat ‘de gekte’ iets afneemt, blijkt uit de krapte-indicator, die aangeeft uit hoeveel woningen een potentiële koper kan kiezen. In het vierde kwartaal van afgelopen jaar was dit op een dieptepunt, met een keuze uit 3,6 woningen; inmiddels is dit iets toegenomen naar bijna vier woningen. In de vijf krapste regio’s is dat aantal echter nog steeds extreem laag: een keuze uit 2,2 woningen. Ter vergelijking: begin 2014 kon men daar nog kiezen uit elf woningen. In de ruimste regio’s kon men toen zelfs kiezen uit 33 woningen; momenteel uit zes. (Bron: NVM)

(zonder grafiek:)
Kosten basisbehoeften
“Een gemiddeld huishouden geeft weliswaar meer euro’s uit dan in 2008, maar krijgt daar minder spullen en diensten voor terug”, constateert de ING-bank. “Van alle consumptie gaat bovendien meer op aan basisbehoeften, zoals wonen en zorg.” In 2017 consumeerden huishoudens een kleine 6 procent minder dan in de jaren vóór de crisis. “In euro’s waren die bestedingen wel 3 procent meer dan in 2008, maar door prijsstijgingen van in totaal 9 procent, kregen ze daarvoor minder goederen en diensten terug.” Het aandeel van uitgaven aan basisbehoeften nam tussen 2008 en 2017 toe van 19 naar 24 procent.

(zonder grafiek:)
Verhuizingen
In 2018 gaf 15 procent van alle huishoudens in een zelfstandige woning aan in de voorgaande twee jaar te zijn verhuisd, zo’n 1,1 miljoen huishoudens. “Dat is meer dan in 2012 en 2015, toen zo’n 13 procent rapporteerde te zijn verhuisd.”, zo meldt het CBS op basis van het Woon Onderzoek Nederland (WoON) 2018. “Het aantal huishoudens dat vanuit een koopwoning verhuisde steeg van 200.000 in de twee jaren voorafgaand aan 2015 naar 380.000 in de twee jaren voorafgaand aan 2018. Het aantal doorstromers vanuit een huurwoning nam in dezelfde periode toe van ruim 400.000 naar bijna 470.000 huishoudens. Het aantal starters op de woningmarkt steeg met 60.000 huishoudens.”
 
 
Delen
 
KIM• Keuken & -Interieur Magazine | 2019 - mei | Pagina(s) 22
Categorie: Economie, Woningbouw
 
Relevante publicaties
Vertaal via Google