Klik voor foto Klik voor foto Klik voor foto
 Klik voor foto Klik voor foto
 
“Domotica is geen rocket-science”
 
Maarten van der Boon
Wat is de impact van technologie op ons leven? In welk opzicht kan domotica ons dagelijks bestaan prettiger maken? Wij spraken hierover met Maarten van der Boon, ‘deskundige’ op dit gebied en binnen zijn bedrijf Novitek actief als spreker, gastdocent en columnist. “Ik ben geen techneut, maar wel iemand die de taal van techniek begrijpt en kan plaatsen.”
 
Met ruim 22 jaar werkervaring in de installatiesector en daarnaast een marketing- en communicatieachtergrond, spreekt en begrijpt Van der Boon inderdaad de taal van de installateur en techneuten. Voor branchevereniging Techniek Nederland (eerder VNI) was hij jarenlang voorzitter van de vakgroep ‘domotica’, later getransformeerd tot ‘Do-IT’, een combinatie van de werkgroepen domotica en ICT.
“Voor mij staat domotica voor de optimale integratie van technologie en diensten”, zo stelt hij. “Domotica is breder dan de letterlijke vertaling (domus = huis, tica = elektronica). Overigens zie ik het begrip domotica steeds minder gebruikt. In plaats daarvan spreken professionals tegenwoordig liever over IoT; the internet of things en in de consumentenmarkt lees je veel over smart home.”

Rocket-science
“De mens is onlosmakelijk verbonden met technologie. Wat je ziet is dat technologie die ons verder brengt vaak vanaf dag één wordt omarmd. Andersom geldt: technologie die ons niet of niet duidelijk helpt, die willen we niet. Domotica is helemaal geen rocket science, maar door de ict-component en doordat veel aanbod heel technologisch aangestuurd wordt, zie je dat de acceptatie soms nog wat lastig is. Techniek is generiek, de toepassing maakt ‘m pas specifiek. Ik kan een camera neerzetten om jouw gevoel van veiligheid te vergroten, maar ook om de entree van een pand te bewaken of een oudere meer zelfstandigheid te geven. Dezelfde techniek, dezelfde camera, maar de omgeving is anders, waardoor er een andere functie aan dezelfde camera toegewezen wordt. Waar vroeger technologie de functie bepaalde, is tegenwoordig andersom: ik heb een product, de software daarbij bepaalt wat het product gaat doen.”

Acceptatie technologie
Van der Boon blikt kort terug: “Midden jaren ‘80 werd in Nederland het woord domotica voor het eerst gebruikt. Een paraplunaam om techniek onderling met elkaar te laten praten, in vaktaal: te integreren. Om technieken met elkaar te laten ‘praten’ zijn er protocollen in omloop, technische spreektalen waarmee apparatuur communiceert. Dat is in de essentie wat je met domotica doet; verschillende technische systemen met elkaar verbinden.” Hij geeft een eenvoudig voorbeeld: “Je verwarming technisch verbinden met zonwering; zodra de zon gaat schijnen en de zonwering uitgaat mag de verwarming uit. Dan praat je over een slimme woning. Domotica geeft gebruikers bepaalde gebruiken om prettiger te leven. Een slim huis kan veel comfort bieden. Hoe slim je je huis wilt hebben, dat bepaal je zelf. Een gadget-freak zal daarin verder gaan dan een ander: voor de een is het een noodzakelijk iets om je welstand hoog te houden, voor de ander is het ‘gewoon leuk’. En waar de een het ‘cool’ vindt om de verlichting in de woonkamer met een appje te regelen, kan het voor iemand die op bed ligt wegens omstandigheden, een gevoel van comfort bieden, de vrijheid dat je toch zoiets zelf kunt regelen. In de zorg helpt domotica mensen thuis te blijven wonen. Gadget versus noodzaak.
Je ziet technologie steeds verder integreren. Neem de smartphone: het minste wat we daarmee tegenwoordig doen is bellen. Om maar aan te geven hoe ons gedrag door technologie beïnvloed wordt. Er is onderzocht wat mensen als eerste doen wanneer ze ‘s ochtends wakker worden: kijk je als eerste naar je partner of naar je telefoon? Precies, dat laatste!”

Tompouce
Van der Boon vergelijkt domotica met een tompouce. “De onderlaag, de bodem, moet goed zijn en bestaat uit twee basiszaken: 1=energie (elektra) 2=communicatie (ict). Die twee basiszaken moet je hebben, dat is het chassis van je auto. Zonder goed chassis heb je geen auto; misschien wel een voertuig, maar dan heet het een fiets. Op de tompoucebodem ligt de puddinglaag: een hele boel ingrediënten die samen de ‘pudding’ maken. In de metafoor naar domotica staat de pudding voor mij voor allerlei technieken, als bijvoorbeeld: verlichting, audio/video, zonwering, communicatie, verwarming, koeling, beveiliging, toegang etc. Welke technieken dit zijn? Dat hangt af van allerlei actoren: budget, voorkeur, gewenste uitstraling. De functionaliteit van deze technieken wordt zichtbaar in het bovenste laagje: de glazuurlaag van de tompouche. Dit zijn de basale functies. Bij sommige tompouces zit er bovenop nog een beetje slagroom: symbool voor specifieke functies. In huis heb ik voor mijn moeder van 85 geen zusterroepsysteem nodig zoals in een verzorgingshuis, maar het is wel handig als ze een noodoproep kan doen indien nodig. En om de metafoor af te maken: het leuke chocolaatje bovenop zijn de gadgets. Wat heb je er voor over. Leuk, zo’n smartwatch waarop je het energiegebruik van je woning kunt zien. Het chocolaatje zijn de extra snufjes.”
Een tompouce, zo’n ingewikkeld gebakje om te eten. Van der Boon haakt daarop in: “Hoe wordt een tompouce gegeten? Dat verschilt enorm, blijkt uit onderzoek. Over het algemeen eet men hem in delen waarbij eigenlijk in alle gevallen de bodem stevig genoeg moet zijn. Anders zakt ‘ie in elkaar. Ook in je woning begint het met de basis: een degelijk energie- en communicatie netwerk, de infrastructuur. Als mensen nadenken over het smart maken van hun woning is het dus zaak eerst te kijken naar die basisinfrastructuur. Het is stap 1. En daarna: wat wíl ik in het wonen? Verlichting regelen op afstand, koppeling met audio, cv-ketel (verwarming), systemen met elkaar laten praten op basis van mijn gebruikersprofiel... Smart homes spelen in op kwaliteit van leven. Dat is anders voor iemand van 80 dan voor een 19-jarige. Het verschil zit ‘m in bovenlaag.”

Slimme trends
In de wereld van smart homes is een belangrijke vraag: hoe smart blijf je zelf? “Veiligheid is op dit moment zeker een issue. Wie is nu eigenlijk verantwoordelijk voor de veiligheid van IoT? In hoeverre kunnen anderen toegang krijgen tot jouw woning? Het idee: help, mijn huis is gehackt in plaats van slechts je computer…. daar worden mensen niet blij van. In domoticaland zie je nu ‘zoveel mogelijk draadloos’ als trend. Dat betekent overigens niet letterlijk zonder draad, maar om communicatie op een andere manier. Op gebied van onderlinge communicatie is er een ontwikkeling gaande van Wifi naar Lifi: internet via lichtverbindingen. Elke lamp in je woning kan zo een toegangspunt worden voor jouw mobiele apparatuur, voor je mobiele devices. Licht is dan je transportkanaal geworden (voor internet). Slimme lampen dus. En verder? Het smart entertainment, praten tegen je apparatuur zoals we nu al doen met Siri op onze telefoon, ik geloof dat dat zeker een vlucht gaat nemen. Net als sensortechnieken in wasmachines en koelkasten die op grond van jouw wasgoed of consumeerprofiel van alles zelf regelen. AEG en Miele hebben daar al mooie voorbeelden van, Samsung heeft koelkasten die met internet communiceren, zelf recepten zoekt. Apparatuur die met elkaar praat bestaat al langer. Wasmachines die hetzelfde werken als een inkt-jet printer, sensoren bepalen welk en hoeveel wasmiddel er nodig is uit een bepaalde cartridge. Gecombineerd met juiste hoeveelheid water op een afgestemde temperatuur. Niet nieuw, maar nog nauwelijks geaccepteerd. Het hoort ook nog in een bepaalde prijsklasse. Maar straks wordt dat vanzelf normaal.”

De empathische woning
Nog even terug naar die tompouce tot slot. “Als je in het woondomein praat over domotica, dan wordt er vaak naar de bovenlaag van de tompouce gekeken: de slagroom en het chocolaatje, ofwel de gadgets, de specifieke functies. Domotica wordt nog vaak gezien als ‘leuke extra’s’ met daarbij de vraag: hebben we het echt nodig? Maar het zal meer en meer iets worden wat we allemaal gaan gebruiken. Domotica 1.0 was heel technologisch gestuurd, 2.0 werd meer functioneel. En nu zien we steeds meer versie 3.0., de empathische woning en wijk. In woningen kun je bewoners positief beïnvloeden door bijvoorbeeld aanwijzingen te geven, medicatie herinneringen, beelden, loopverlichting. Waardoor ouderen en dementerenden veel langer thuis kunnen wonen. The internet of things wordt steeds meer iets wat ons echt comfort kan bieden. Het zal ons steeds meer brengen, zoals langer zelfstandig kunnen wonen. Een slimme woning is in de zorg, wat vroeger de aanleunwoning was. Een virtuele aanleunwoning, in de wijk. Laat je niet afschrikken door fancy, hippe terminologieën, maar kijk naar de essentie: wat gebeurt er, is het handig en heb ik het nodig.”
 
 
Delen
 
KIM• Keuken & -Interieur Magazine | 2019 - februari | Pagina(s) 14
Categorie: Domotica
 
Gerelateerde bedrijven
Relevante publicaties
Vertaal via Google
Uw mening
Merkt u wel eens dat uw klanten rechtstreeks in China kopen?